| Zêêuwse Dialect Verênigieng |
|
|
|
|
In 1928 besloten enige jonge mensen met “elan” in Goes tot de oprichting van een Zeeuwsche Vereeniging voor Dialectonderzoek, gebaseerd op zuiver wetenschappelijke gronden. Later is de naam veranderd in “Zêêuwse Dialect Verênigieng”. Er was echter nog wel organisatie en ledenwinning nodig voordat op 13 april 1929 de officiële oprichting plaatsvond en gestart kon worden met het opstellen en uitzenden van dialectvragenlijsten: het georganiseerd onderzoek van de dialecten van geheel Zeeland, inclusief Goeree‑Overflakkee.
Secretaresse werd dr. Hendrika C.M. Ghijsen, in Middelburg geboren en getogen. Zij nam op zich al het binnenkomende materiaal van de vele “medewerkers”, ouderen en scholieren uit het gehele gebied te ordenen en persklaar te maken, nadat dit door een team van “deskundigen” was gecontroleerd. Voorlopig nog voor het “Vereenigingsnieuws”, maar bedoeld voor de samenstelling van een Woordenboek der Zeeuwse dialecten. Reeds in 1932 oogstte mevrouw Ghijsen in vakkringen grote waardering voor haar lezing voor het philologencongres in Gent over: “Het dialectonderzoek in Zeeland” (Handelingen van het 11e Philologencongres), waarbij ze een nadere beschouwing gaf over het Zeeuwse klankenstelsel en grammaticale eigenaardigheden.
Dat uiteindelijk het grootse plan van het Woordenboek kon worden gerealiseerd, waarbij in 1956 het drukken een aanvang kon nemen en in 1964 het derde en laatste deel kon verschijnen, was niet alleen te danken aan de kundigheid van mevrouw Ghijsen, maar zeker ook aan de volharding, het doorzettingsvermogen en de zoveel jaren belangeloze arbeid van mevr. Ghijsen zelf, haar trouwe assistente mevrouw K.J. van de Putte en die van de vele verenigingsleden, welke in het Woordenboek met name worden genoemd. Zij hebben allen het hunne bijgedragen tot behoud van het zo belangrijke stuk Zeeuwse cultuur, dat in de streektaal besloten ligt.
Begin 1965, na het gereedkomen van het derde en laatste deel, heeft het bestuur van de vereniging besloten het dialectonderzoek voort te zetten, teneinde het Woordenboek te zijner tijd te kunnen aanvullen en waar nodig te corrigeren. Ook werd toen besloten te gaan samenwerken met de Werkgroep Historie en Archeologie van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen.Voortaan zouden de enquêtes, vragenlijsten, verslagen van de onderzoeksresultaten en verdere mededelingen van de vereniging opgenomen worden in het Bulletin van de Werkgroep Historie en Archeologie.
Op 22 maart 1976 overleed Hendrika Maria Ghijsen in haar 92e levensjaar. Zij was gedurende 47 jaar de ziel van de vereniging geweest. Nu lag het werk stil, totdat eind januari 1977 een nieuw bestuur werd geformeerd: M.P. de Bruin, voorzitter; B. Oele, penningmeester, dr. J.H. Kluiver en J. Kousemaker, leden; terwijl mevrouw E .J . van den Broecke‑de Man bereid werd gevonden het secretariaat op zich te nemen om het werk van dr. Ghijsen voort te zetten.
Het werd steeds duidelijker in welke mate de omgangstaal van jonge Zeeuwen, ook op het platteland, reeds werd beïnvloed door het algemeen Nederlands via onderwijs, TV en radio. Hoe velen van hen allerlei woorden en uitdrukkingen, die volgens het Woordenboek tot hun dialect behoren, niet meer kenden. Voor de juiste informatie moest men bij oudere generaties te rade gaan. Waar het dialectbenamingen betreft, gebruikt bij de uitoefening van bepaalde beroepen, moest men vaak bij de alleroudsten zijn. Er moest dus gezorgd worden om in de kortst mogelijke tijd zoveel mogelijk materiaal, d.w.z. nog levende woorden en zegswijzen voor de aanvulling van het Woordenboek (het Supplement) te achterhalen.
Daarbij diende men ook ruim aandacht te geven aan woorden die, wat het uiterlijk betreft, niet of weinig afweken van de algemeen Nederlandse woorden, doch in betekenis, gevoelswaarde of gebruikswijze, andere kenmerken vertoonden. Ook voor dit vervolgonderzoek ging de vereniging door met het uitsturen van vragenlijsten naar alle leden. Deze enquêtelijsten worden nog steeds trouw door de leden ingevuld. Men gaat ermee naar oudere familieleden, kennissen en bejaardentehuizen. Menigeen komt met een eigen inbreng per brief, per telefoon, via bandopname of mondeling. Deze bezoeken zijn van het grootste belang voor een juiste controle op elk detail van het onderzoek.
De eerste Zeeuwse Dialectdag (najaar 1977) in de Abdij te Middelburg telde ruim honderd bezoekers; op de tweede Dialectdag (4 november 1978) in het stadhuis van Oostburg was het aantal meer dan verdubbeld. Daar werd het resultaat van het eerste intensieve regio‑onderzoek “Dialect in West Zeeuws‑Vlaanderen” in boekvorm aangeboden aan de Commissaris van de Koningin, Dr. Boertien. Op de derde Dialectdag (27 oktober 1979) is het 50‑jarig bestaan van de vereniging luisterrijk gevierd met 200 aanwezigen in de Vroone te Kapelle, waar de uitgeverij Elsevier de zesde druk van het Woordenboek der Zeeuwse Dialecten presenteerde (de jubileumeditie, een bibliofiele uitgave in leer gebonden en een gewone editie in kleuromslag). Tevens werd ter gelegenheid van deze dag aan Dr. Boertien het eerste exemplaar van het speciaal voor deze gelegenheid samengestelde “liedboek“ Kinderversjes en Volksliederen uit Zeeland aangeboden (eigen uitgave van de vereniging).
In 1979 is de Zeeuwsche Vereeniging voor Dialectonderzoek met de Werkgroep Historie en Archeologie van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen overeengekomen dat voortaan ieder lid van de vereniging ook automatisch lid is van die Werkgroep en omgekeerd. Gezamenlijk wordt een bulletin met de naam “Nehalennia“ uitgegeven, dat viermaal per jaar verschijnt. In 1980 werd mevrouw Dr. N. Bakker, die van 1948 tot 1977 redactrice was van “Het Woordenboek der Nederlandsche Taal te Leiden“, wetenschappelijk medewerkster van de vereniging en is dat tot haar afscheid in 1997 gebleven. Tijdens de algemene ledenvergadering is zij hetzelfde jaar benoemd tot erelid van de vereniging.
Sedert 1982 bestaat er een samenwerkingsverband tussen de vereniging en de Rijks Universiteit van Gent, die bezig is een Woordenboek van de Vlaamse Dialecten samen te stellen. Dit grensoverschrijdend project wordt financieel ondersteund door de provincie Zeeland. Het houdt in, dat in de publicaties van het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten ook aandacht wordt besteed aan het dialect van Zeeuws-Vlaanderen. Als coördinator van dit onderzoeksaspect treedt op R. Willemsen, sedert 1987 secretaris van de vereniging.
Op basis van het door de leden in de loop der jaren verzamelde dialectmateriaal ten behoeve van het “Supplement“ is tevens onder redactie van Mevr. Van der Broecke-de Man in samenwerking met een uit de desbetreffende regio komende co-auteur een reeks regioboeken samengesteld met een beschrijving van het plaatselijke dialect en folklore op een specifiek eiland of in een regio. Het eerste exemplaar in deze reeks was het regioboek van West Zeeuws-Vlaanderen, dat in 1977 is verschenen. Inmiddels is er van elk eiland en regio in Zeeland en Goeree-Overflakkee reeds een dergelijk regioboek uitgebracht. Het laatste deel “Dialect op Schouwen-Duiveland“ is gebaseerd op een manuscript-vorm van de hand van de helaas nog vóór de publicatie overleden dr. A. de Vin en is in 1998 in gedrukte vorm verschenen.
Tot 1996 is Mevr. Van den Broecke-de Man dagelijks voor de vereniging actief geweest. In dit jaar is zij wegens het bereiken van haar hoge leeftijd met haar activiteiten gestopt en als dank voor haar inzet door het bestuur tot erelid benoemd. In 1998 is zij op honderdjarige leeftijd overleden.
Eind tachtiger jaren was er inmiddels, sinds het verschijnen van het Woordenboek der Zeeuwse Dialecten, zoveel bruikbaar aanvullend dialectmateriaal verzameld dat er bij de vereniging concrete plannen ontstonden om tot de daadwerkelijke uitgave van het “Supplement” op het Woordenboek te komen. Om een goede organisatorische en financiële opzet voor een dergelijk omvangrijk project te kunnen realiseren, besloot het bestuur van de vereniging in 1990 tot de oprichting van de Stichting “De Zeeuwse Taele”. Deze stichting heeft als doel de totstandkoming van een supplement op het Woordenboek der Zeeuwse Dialecten en hiervoor financiële fondsen te verwerven. Tijdens de zesentwintigste Dialectdag op 19 oktober 2002 werd het Supplement aangeboden aan minister-president Jan Peter Balkenende, die zelf uit Kapelle-Biezelinge afkomstig is.
De algemene belangstelling voor de streektalen ging ook aan Zeeland niet voorbij. Er ontwikkelden zich in de jaren negentig diverse activiteiten in de provincie op het gebied van voordracht, toneel, muziek, proza en poëzie in de streektaal. De positieve aandacht daarvoor van Commissaris der Koningin, drs W. T. van Gelder, had een discussie tot gevolg over de plaats van het Zeeuws in verhouding tot het algemeen Nederlands en het gebruik van het dialect in Zeeland als omgangstaal ook buiten de familie- en kennissenkring. Dit heeft geleid tot een opwaardering van het Zeeuws als omgangstaal en toenemende dialectactiviteiten in Zeeland. Als goed voorbeeld hiervoor dient de “interactieve CD-ROM versie” van het bestaande Woordenboek der Zeeuwse Dialecten, echter nu aangevuld met ruim 3000 ingesproken voorbeeldzinnen die nu ook af te luisteren zijn en een Nederlandstalig trefwoordenregister als ingang naar de dialectwoorden. Dit laatste zorgt voor een maximale toegankelijkheid van de Zeeuwse dialectwoordenschat voor niet-dialectsprekers. |





